Gedichten
Mijn gedichten door de jaren heen. Iedereen heeft gevoelens, sommige mensen schrijven ze op. Dus lees maar mee met mijn gevoelens. Soms zijn ze heel blij, soms somber, soms onzeker, soms supersterk, soms verliefd, soms tevreden, soms ... (De gedichten staan niet op volgorde van schrijven)
Het was toch maar een kat
Geen vogeltjes, geen muisjes
geen bolletjes met wol
een auto en een botsing
de maat was schijnbaar vol
Nooit meer kopjes geven
nooit meer spinnen van genot
een grafje in de tuin
is de kat blijkbaar het lot
Een ander zou snel denken
Het was toch maar een kat
maar weinigen die weten
hoe lief ik hem toch had
Heb jij een beetje zon voor mij?
één kleine zonnestraal
dat is wat ik vraag
ik ben zo koud van binnen
wil de warmte toch zo graag
heb jij een beetje zon voor mij
één klein straaltje maar
ik ben zo koud van binnen
in ‘t begin van ‘t nieuwe jaar
een heel klein beetje warmte
zonder sneeuw en zonder ijs
dat lijkt mij voor vandaag
het aardse paradijs
ik ben zo koud van binnen
ik heb één straaltje nodig
Ik wilde de wind stoppen
ik vloog langs scherpe,
ijzingwekkende bergwanden.
vloog over muren van water
blauwzwarte golven rezen en
kantelden onder mijn lichaam
de wind werd sterker en dreef me
steeds dichter naar de nauwe kloof
ik schreeuwde, vloekte, smeekte
om hulp, maar het krijsen
van de wind was te luid, het raasde
langs me heen, ik wilde de wind stoppen
en …
het werd stil …
verdacht stil, de stilte deed mij huiveren
zouden mijn gebeden worden verhoord?
de wind joeg weer aan, de donder en bliksem
sloegen vurig tegen rotsen en met een
duizelingwekkende klap, ontwaakte ik..
in de verte hoorde ik een ambulance
de bliksem had zijn inslag gedaan
de dood kwam iemand halen,
maar ik was het - nog - niet
Jij, ik en de tijd
(tik) ik (tik) mis
(tik) je (tik) zo
de seconden tikken
zo eindeloos traag
en als jij en ik
elkaar dan eindelijk zien
razen de uren in
tijdloze eeuwigheid voorbij
de reistijd in zevende hemel
gaat blijkbaar zeven keer zo snel
Het mislukte kind
ik ben niet dom
ik ben niet stom
heb geen aa dee haa dee
ik snap elke som
wat doet het erom
heb echt geen enkel idee
ik ben niet speciaal
ik heb geen verhaal
geen ziekte of syndroom
ik ben niet brutaal
maak nooit kabaal
hou me altijd in toom
ik ben geen buitenlander
ik heb geen tegenstander
alles gaat me voor de wind
denk niet dat ‘k ooit verander
ben een echte eilander
ik ben het mislukte kind
ik ben helaas té gewoon
hoe vaak ik er ook over droom
om voor één keer speciaal te zijn
Alles van vroeger
alles van vroeger
staat in dozen
ligt in tassen
alles wat van vroeger was
veilig in een kast
fotoboeken
een oud horloge
hebbedingen
een teddybeer
alles wat van vroeger was
wil ik nu niet meer
want denken aan wat vroeger was
doet me nu zo’n zeer
ik heb alles opgeborgen
en doe de deur pas open
wanneer de stof van
er tussen is gekropen
alles van vroeger
staat in dozen
ligt in tassen
alles wat van vroeger was
verdrongen in een kast
Begraafplaats
hier waar spechten
hameren tegen bomen
waar eekhoorntjes het lekkerste
uit de bloemstukjes halen
waar de bomen het kille
uit snijdende winden haalt
en bladeren de grond bedekken
alsof het een deken was
ja hier, precies op dit plekje
zou ik graag willen zijn
als ik later dood ben
Duisternis
’t is 5 over 5
buiten is het donker
alsof het vandaag
nooit licht is geweest
grauwe wolken
samen gesmolten
en donkeren
meer dan lucht alleen
't dringt diep binnen
en overmeestert
de kleur van gisteren
Liften
het leven is meer
dan alleen maar
je vinger opsteken
om mee te liften
soms moet je
het stuur wel
overnemen om
jouw richting
te bepalen
met liften
kom je alleen
waar de bestuurder
heen wil gaan
Het Wateringse Veld
Rondjes rond het schelpenpad
Hutten bouwen in het park
Vissen bij de aanlegsteiger
En puzzelen bij Marc
Het schelpenpad is er nog
Je kan er zelfs nog vissen
Maar uitzien over weilanden
Moet ik voor altijd missen
Platgegooid en volgebouwd
Met grote blokkendozen
Herinneringen verwoest
door deze metamorfose
Echte liefde
het was begin juli
dat je tegen me zei
jij bent mijn ware liefde
jij bent het helemaal voor mij
ik was eerst wat onzeker
zou ik het durven met jou
je belooft me gouden bergen
maar hoe het worden zou?
heel kalmpjes aan
opende ik je bericht
RED ALERT! RED ALERT!
was ik me toch bijna
voor een virus gezwicht
Zoenen
weet je wat ik nu zou willen doen
je schaamteloos vragen
om een zoen
een zoen op mijn wang
een zoen op mijn mond
en beter nog
een zoen op mijn kont
mezelf ontdoen
van alle fatsoen
voor gewoon één zoen
(of meer)
want zoenen is gezond
De dag
de dag is te snel voorbij
de zon stort zich in zee
zo ook de liefde gaat voor mij
de dag is te snel voorbij
gevoel is slechts een getij
de vloed neemt mijn tranen mee
de dag is te snel voorbij
de zon stort zich in zee
Bomen waaien water
wederom geen zomerdag
geen gele, brandende zon,
geen wolkenloze, blauwe lucht
geen luchtig zomerbriesje
dat mensen doet ontkleden
wederom valt de regen
als een felle waterval
en maken harde stralen
kapot wat kwetsbaar schijnt
wederom waait de wind
maakt dat bomen
water waaien
Niets meer
er is niets meer
dan lucht
dan aarde
niets meer
dan mensen
die allemaal
willen zijn
maar zijn
zoals
het hoort
laat mij
laat mij maar
gewoon
zijn
Ik ben boos
ik ben boos,
nee kwaad
bloed golft
als een razende
stroomversnelling
door mijn aderen
schreeuw letters
die breken door
het knarsen
van mijn kaken
zo nijdig!
ben de rede ( n ) vergeten
De marionet
de hand die mij al tijden leidde
ik schud hem van me
ik sla en schreeuw
"En nu wil ik vrijaf!"
ik knip de draden door
laat me zo niet leven
vandaag ben ik degene
die aan de touwtjes trekt
laat mijn armen nu maar hangen
geef mijn benen even rust
onbewust, doch vastberaden
ben ik al op weg
Mack
Je bekeek hem
je wist, je zag
dat het een ‘hem’ was
met tranen in je ogen
als je hem nu zou zien
oh wat zou je genieten
wat zou je hem liefhebben
zoals wij doen
ik staar
door jouw ogen
naar je kleinkind
met tranen
van geluk
en gemis
Huis te koop
de dag was zo mooi
we schilderden en poetsten
de muren en elkaar
de meubels en kleuren
uitgezocht naar onze smaak
en we proefden elkaar
ons liefdeshuisje
noemden we het
en nu
de geur verdwenen
het huis voelt kil
de liefde tussen ons
verraderlijk stil
Prematuur
oh God, ik hield al van je
voor ik je kende
voor ik je naam hoorde
en je stem
je naam
zingt vogels in mijn oren
je stem
zingt vlinders in mijn hart
oh God, ik hield al van je
voor ik je kende
en toen ik je zag
wist ik, ik ben
Dromen
droom de wegen
met geopende ogen
leef het leven
in dromen van nu
dromen over later
zijn een illusie
wat je later zou willen
begint al vandaag
leef je droom en
droom van leven
en durf, durf
je droom te leven
De klok
waarom tikt de klok zo langzaam
zo vreselijk tergend traag
in tijden dat ik juist zou willen
dat het snel voorbij moet gaan
waarom tikt de klok zo haastig
zo jachtig en zo snel
op tijden dat ik niet zou willen
dat het vlug verdwijnen zal
kon ik tijd betoveren
in precies net andersom
ik wou dat ik het kon
ik wou dat ik het kon
Contact
je ogen bewogen
in de richting
van de mijne
waar ik ook ging
jouw blik week
niet af
aan míjn zijde
stond hij
met míjn hand
in de zijne
en ik dacht
dat jouw ogen
mij zeiden
was zij …
was zij
maar de mijne
Hard
ik was al bezig
cement te smeren
rond mijn hart
had alleen niet begrepen
dat het nat gehouden moest worden
om echt te kunnen harden
Ik zou
ik zou wel eens
willen dichten
over liefde
over passie
over trouw
over hoe ontzettend veel
ik toch van je hou
maar het gevoel
van onvoorwaardelijke liefde
van onbeschrijflijke hartstocht
en van eeuwige trouw
gaat mijn straatje voorbij…
Verliefd
ik wil wel
maar het lukt niet
er komt niets uit mijn pen
misschien wel
omdat in gedachten
ik alleen bij jou ben
mijn pen weigert en hij zweeft
hij stottert en hij beeft
hij fladdert wat in ’t rond
vanaf ‘t moment dat ik jou vond
Zin
ik ben ziende blind
horende doof
en pratende stom
ik ben gevoelloos
voor gevoel
van liefde
voor jou
ik voel,
tast
en leef
maar
niet voor liefde
de tijd van
zintuigen
die komt er
ooit
Internet met wodka
Gesprekken gaan heen
En weer
Slok, typ, denk, typ
Gevoelens gaan op
En neer
Slok, typ, denk, typ
Waarheid wordt gesproken
En gelogen
Slok, typ, denk, typ
Nachten worden langer
Dagen korter
Slok, typ, denk, typ
Gedachten worden heftig
En heviger
Zlokkk, ttyypp, deennnk, tyyyyyyyp
Dan voel ik me gelukkig
wonend in een luchtkasteel
met duizend gouden wanden
miljoenen zilveren kandelaars
met stenen aan de randen
dwalend in de groene weiden
gevuld met vele soorten bomen
met de allermooiste bloemen
kan ik zitten dromen
dromend over prachtige oorden
waar ieder mens gelukkig is
waar doden weer leven en
geen plek is voor gemis
dan voel ik me gelukkig
(Het is fout om in dromen
te blijven hangen en vergeten
te leven)
Lily
wat denk je
als je in de spiegel
starend de dagen leeft
wat zie je
in het zielenbeeld
van weerspiegeling
wat voel je
daar aan de and’re zijde
door ogen van een ander
ik wou dat ik
je beeldenspiegel was
en wist wat jij al weet
De stilte…
de stilte tussen jou en mij
was zo luid, ze schreeuwde
angstaanjagende kreten,
tekende eeuwig verloren liefde
de vernietigende krachten
die ons samenhielden
waren zo sterk, zo gewoon,
we waren bang te verliezen
juist op dat moment, terwijl
de liefde als een moordlustig
wapen om zich heen sloeg,
beseften we, dat het voorbij was
Dinsdag
dat het iedere dag licht wordt
dat weet ik nu wel, zodra de zon
opkomt is de nacht voorbij en
begint de dag. Maar niet iedere
dag is licht, soms hangen er zware
wolken aan de hemel, die de dag als
het ware wegdrijft als een papieren
bootje in een snelstromende rivier
maar als de wolken weggeblazen zijn
kan ik eindelijk schrijven over
hoe licht en hoe mooi de lucht was,
op een normale dinsdag in de zomer.
Jij
je lacht zo lief
als ik twijfelend
over ons
in gedachten zit
je praat oprecht
over liefde
die jij voelt
voor mij,
terwijl ik
jou, het
niet aandurf
je streelt me,
je kust me,
ik voel je
maar terugvoelen
kan ik niet
je maakt me bang,
ik maak me bang,
ik wil niet liefhebben
ik wil niet houden van
ik wil niet binden
ik wil niet
verliezen
Spiegeltje, spiegeltje
als ik voor de spiegel sta
en kijk naar wie ik ben
lijkt het nu steeds vaker
dat ik haar niet ken
we hebben dezelfde haren,
dezelfde ogen, dezelfde neus
maar die rimpel op haar voorhoofd
maakt haar zo serieus
als ik lach, dan fronst ze
als zij lacht, huil ik
kunnen we geen eenheid zijn
samen werken aan onze pijn
want ik sterf zo langzaamaan,
ik stik, ik stik, ik stik
De leugen
wordt een leugen waarheid
als er in geleefd wordt
wordt achter een muur van zwijgen
het onzegbare uitgesproken
het evenwicht tussen
zwijgen en spreken
is wankel, zo fragiel
maar zal balans hervinden
als waarheid gesproken
en leugens vernietigd
zeg wat ongesproken bleef
en zwijg wat werd beweerd
Mijn ego en ik
mijn ego en ik
zijn nooit
vrienden geweest
mijn ego en ik
kenden elkaar
niet eens
mijn ego en ik
kwamen elkaar tegen
en jij en ik
passen best bij elkaar
ik heb je gemist
ook al kende ik je niet
ik heb je gewenst
naar me toegedroomd
nu ik je ken
wil ik je niet missen
nu ik jou heb
raak ik mezelf niet kwijt
Blote tenen
de zon schijnt fel, verkleurt mijn huid
de warmte trekt mijn kleren uit
en naakt liggend op het strand
spelen tenen met het zand


